Overige:
Slikken:
Een mens slikt 600 keer per dag: om te eten, te drinken of om slijm en speeksel door te slikken. Slikken is een heel proces , dat bij de lippen begint en eindigt wanneer voedsel of vloeistof in de maag komt.
Moeilijk slikken geeft:
- Problemen met eten en drinken (met soms vermagering en/of verdroging tot gevolg).
-
Verslikken.
-
Kans op voedsel of vocht in de longen waardoor een longontsteking ontstaat.
- Blijven steken van vast stukje voedsel in de luchtpijp.
De medische term voor slikstoornissen is dysfagie. Iemand met een slikstoornis heeft steeds het gevoel dat hij een brok in de keel heeft.
Bij wie kan het voorkomen:
Slikstoornissen kunnen voorkomen bij ouderen bijvoorbeeld na een beroerte (CVA) of na een operatie in hoofd/halsgebied en bij bepaalde ziekten, zoals de ziekte van Parkinson , MS, ALS en dementie . Bij ernstige slikstoornissen vermindert de eetlust, waardoor iemand zelfs kan uitdrogen of ondervoed kan raken. Door een tekort aan mineralen, vitamines en calorieën is iemand vatbaarder voor infecties, krijgt iemand makkelijker doorligwonden en genezen wonden slechter. Slikstoornissen kunnen ook ontstaan door bijvoorbeeld een verstopping in de slokdarm Bij lichamelijk gehandicapten is er ook vaak sprake van moeilijk slikken. Ook mensen met een verstandelijke beperking kunnen slikstoornissen hebben.
Wat te doen:
Wanneer de klachten zich vaker voordoen of familie, ouders, verzorgers maken zich ernstige zorgen, dan is het verstandig de huisarts te raadplegen.
Waar gaat de logopedist aan werken:
- Onderzoeken waar en waarom in het slikproces een probleem optreedt
-
Versterken van lip-, tong- en gehemeltespieren door de spierfunctie te trainen.
-
Adviezen ter verbetering van de slik.
-
Adviezen over de soort voeding die goed slikken ondersteunt.
- Familie/verzorgers begeleiden en instrueren over hoe de voeding plaats kan vinden, met welke hulpmiddelen en wat voor soort voeding.
Dementie:
Eén van de meest voorkomende vormen van dementie is de ziekte van Alzheimer.
De ziekte kenmerkt zich door:
- Het steeds moeilijker kunnen vinden van een woord.
-
Steeds minder gebruik van taal.
- De taal die gebruikt wordt, wordt steeds eenvoudiger.
Bij wie kan het voorkomen:
Dementie is een ziekte die op oudere leeftijd voorkomt. De oorzaken zijn nog niet duidelijk.
Waar gaat de logopedist aan werken:
Bij het begin van dementie kan logopedie ingezet worden om het proces enigszins te vertragen. Bij voldoende bewustzijn van de patiënt is het mogelijk om hem/haar en de directe omgeving te leren omgaan met de taalachteruitgang. Wanneer de dementie verder gaat kan de logopedist alternatieve communicatiemiddelen inzetten.
Spraakrevalidatie na Laryngectomie:
Laryngectomie is een operatie waarbij het gehele strottenhoofd wordt verwijderd met inbegrip van de stembanden. Deze operatie wordt uitgevoerd bij patiënten met een kwaadaardig gezwel in het strottenhoofd, bij wie bestraling onvoldoende effect heeft gehad en/of bij wie geen bestraling (meer) kan plaatsvinden. Na verwijdering van het strottenhoofd wordt de keel afgesloten. De luchtpijp wordt omgeleidt naar de voorkant van de hals en vastgehecht aan een kunstmatige opening (tracheotomie). De patiënt ademt dus niet meer door de mond of neus, maar door deze kunstmatige opening (stoma). Het ophoesten van slijm vanuit de longen gaat dus ook door deze stoma. De voedselweg en de ademweg zijn dan voorgoed gescheiden.
Bij wie kan het voorkomen:
De oorzaak is niet altijd aanwijsbaar. Roken en het gebruik van alcohol zijn belangrijke risicofactoren.
Waar gaat de logopedist aan werken:
- Het aanleren van de slokdarmspraak.
-
Het leren spreken met een kunstlarynx.
-
Indien nodig articulatie verbeteren.
-
Meer melodie in de stem leren gebruiken.
- Het leren gebruiken van logische spraakeenheden.
