Overige:
Stotteren:
Stotteren is een stoornis in het vloeiende verloop van de spraakbeweging. Stotteren kan zich uiten in het herhalen van klanken of woorddelen, het aanhouden van klanken of het blokkeren bij het op gang komen van de stemgeving en de articulatie. Naarmate de stoornis ernstiger wordt, treden er secundaire gedragingen op. We zien dan bijvoorbeeld negatieve emotionele en cognitieve reacties. Deze kunnen resulteren in spreekangst en vermijdingsgedrag. Stotteren begint meestal tussen het tweede en zevende levensjaar. Vroegtijdig ingrijpen is cruciaal om stotteren niet te laten uitgroeien.
Dyslexie
Een steeds vaker voorkomend probleem is dyslexie ofwel woordblindheid genoemd. De term woordblindheid omvat eigenlijk niet het volledige probleem, omdat er vaak niet alleen leesproblemen zijn maar ook problemen met spelling, klankonderscheiding en geheugen. Een logopedist die gespecialiseerd is in onderzoek en behandeling van dyslexie kan ondersteuning bieden op het gebied van taal en auditieve vaardigheden.
Afwijkende Mondgewoontes:
Bij sommige kinderen is de mondmotoriek niet goed ontwikkeld bijvoorbeeld door veel met de mond open zitten, speenzuigen, duimzuigen etc. Vaak ontstaan er dan ook problemen met de spraak. Als de lippen en tong niet goed kunnen bewegen, gaat het spreken ook moeizamer. Een logopedist kan ook afwijkend slikken behandelen bij kinderen bijvoorbeeld op verwijzing van een orthodontist/tandarts en bij volwassenen bijvoorbeeld na een hersenbloeding of bij een spierziekte.
Prelogopedie.
De behandeling van eet- en drinkproblemen bij kinderen wordt ook wel prelogopedie genoemd. Prelogopedie .... logopedie voordat het spreken begint. Daarom wordt ook het begeleiden van het begin van de communicatieve ontwikkeling van jonge kinderen prelogopedie of preverbale logopedie genoemd. Als een kind problemen heeft met het drinken uit de borst of uit de fles, het eten van de lepel of het leren kauwen of als er sprake is van veelvuldig speekselverlies kan prelogopedie gegeven worden. Dit gaat altijd via een verwijzing van een arts (bijvoorbeeld een huisarts of een kinderarts). Dit laatste is belangrijk, omdat eerst nagegaan moet worden of er geen onderliggende medische problemen zijn die de moeilijkheden in het mondgebied veroorzaken.
Sensorische Integratie:
Sensorische integratie wordt inmiddels benoemd als "sensorische informatieverwerking". Het is het vermogen om informatie vanuit ons eigen lichaam en de wereld om ons heen via de zintuigen op te nemen te selecteren, en de stukjes informatie aan elkaar te koppelen, zo dat wij er op een aangepaste manier op kunnen reageren. Verstoring in de sensorische informatieverwerking kan betekenen dat het dagelijks functioneren bemoeilijkt wordt, omdat er meer tijd en energie nodig is om taken te verrichten. In bepaalde gevallen kan het betekenen, dat het kind zo veel problemen heeft met het opnemen, selecteren, koppelen en verwerken van informatie, dat het leerproblemen ontwikkelt.
Sensorische informatieverwerkingsproblemen kunnen de basis vormen van leerproblemen.
Je ziet dan dat het kind slecht kan luisteren, moeilijk kan stilzitten, onvoldoende concentratie heeft, vaak een wisselend activiteitenniveau, de leerstof moeilijk opneemt, de leerstof belijft slecht bij het kind. Het kind heeft vaak problemen met aanleren van vaardigheden en handelingen die geautomatiseerd zouden moeten verlopen. Het kan bijvoorbeeld zijn, dat het moeite heeft met leren van tafels, maar het kan ook zijn dat het moeilijk komt tot het leren van andere vaardigheden, ook op motorisch gebied. Het kind is meestal niet in staat twee dingen tegelijk te doen, doordat het alles veel te bewust moet doen en te weinig terug kan vallen op geautomatiseerde processen, die immers veel minder energie kosten dan alle bewust uitgevoerde handelingen. Het zijn kinderen die veel meer inspanning leveren dan hun leeftijdgenootjes, maar dan nog vaak niet op het gewenste niveau kunnen functioneren.
We zien sensorische informatieverwerkingsproblemen ook vaak samengaan met een slechte spraak-taalontwikkeling. Voor spraak- en taal-ontwikkeling heb je een heel goede sensomotorische basis nodig. Als de hersenen niet helemaal efficiënt werken, de zintuiglijke informatie niet optimaal wordt verwerkt, kunnen problemen in de spraak-taalontwikkeling ontstaan.
Stoornissen in de sensorische informatieverwerking kunnen niet alleen zorgen voor een wisselend activiteitenniveau en concentratiestoornissen, er kunnen ook gedragsproblemen en zelfs hyperactiviteit uit voortvloeien.
Sensorische informatieverwerkingsstoornissen komen voor op alle niveaus, ook bij ‘hoogbegaafde’ kinderen, maar ook - en om begrijpelijke redenen vaker - bij kinderen met lichamelijke en/of geestelijke handicaps. Ook bij dyslectische kinderen en volwassenen komen sensorische informatieverwerkingsstoornissen relatief vaak voor.
Voorbeeld:
Als je wilt eten moet je eerst weten waar je mond zich bevindt en hoe je bewegen moet om je mond open te doen, ook hoe ver je je mond open moet doen om een hap te nemen: voor een grote hap moet je je mond verder opendoen. Als je naar een kind kijkt dat zelf leert eten zie je ook hoe dat - soms fout -gaat! En dat is dan nog maar het begin van het proces. Je hand moet - al of niet met lepel of vork - de weg naar je mond kunnen vinden. Je moet in staat zijn om de lepel of vork zo vast te houden dat het eten er op blijft totdat het in je mond belandt. Het is vereist een hele goede coördinatie om je mond precies op tijd en ver genoeg open te doen, de hap in je mond te stoppen, je mond pas te sluiten als het eten erin zit en dan, alweer op het juiste moment, de vork of lepel uit je mond te halen.
